menu
Word Lid
Een beleidsplan Ruimte en Mobiliteit voor de toekomst

Tijdens de gemeenteraad van 30 mei werd de raadsleden een conceptnota voorgeschoteld omtrent een beleidsplan Ruimte en Mobiliteit. Dat is een plan dat voor de komende tientallen jaren de krachtlijnen moet uittekenen voor het ruimtegebruik en de mobiliteit in onze gemeente. Zo'n conceptnota schetst enkel grote uitgangspunten en doelstelling, maar is nog niet concreet. Heel veel commentaar kan men daar dan ook niet op geven. Wij hadden er toch al volgende opmerkingen op:

"Het is nog vroeg om over dit beleidsplan een oordeel te vellen omdat we nog maar met een conceptnota te doen hebben waarin enkel een aantal uitgangspunten en doelstellingen worden geformuleerd zonder daar al een concrete invulling aan wordt gegeven. Ik ga mij daarom vandaag beperken tot een paar algemene opmerkingen.

Wij hebben de voorbije legislaturen in de voormalige gemeente Puurs herhaaldelijk de grote ruimtelijke honger van het bestuur aan de kaak moeten stellen. Er werd toen inderdaad voortdurend en steeds meer open ruimte aangesneden voor woonuitbreiding, voor economische bedrijvigheid en voor andere menselijke activiteiten, voornamelijk dan van recreatieve aard. Het bestuur is daar in deze beleidsperiode nog niet helemaal van genezen om het zo te zeggen, maar daar is toch wel een zekere kentering in gekomen in de positieve zin. En dat merken wij ook in deze conceptnota die op dat vlak in meerdere opzichten toch wel de goede kant uit gaat. Wij noteren dus met genoegen dat men spaarzamer wil omspringen met open ruimte door meer in te zetten op inbreiding. Positief is dat de groenblauwe structuren de nodige aandacht krijgen en het concept om die door te trekken naar de kernen. Wij begroeten ook de intentie om geen bijkomende ruimte meer op te offeren voor nieuwe bedrijventerreinen en dat men daar wil inzetten op verdichting.

Dat gaat dus de goede kant op, maar we zijn er nog niet, – toch niet wat ons betreft. Het bestuur gaat nog altijd uit van demografische groeiscenario’s, die meer zijn dan de natuurlijke aangroei. Nu weten wij ook wel dat men demografie niet helemaal in de hand heeft, maar voor een stuk kan men dat wel sturen, en dat doet het bestuur ook, maar niet in de goede zin. Men blijft inzetten op demografische groei, onder meer om fiscale redenen, terwijl dat net iets is waar wij moeten proberen van af te geraken als we de leefbaarheid in onze gemeente niet willen hypothekeren. Dat verder inzetten op demografische groei is eigenlijk de voornaamste kritiek die wij hebben, want dat heeft vergaande gevolgen op diverse vlakken, zowel wat ruimte als wat mobiliteit betreft.

Het betekent in de eerste plaats dat er meer woongelegenheden zullen moeten worden voorzien. Dat deed men in het verleden dus door open ruimte aan te snijden. Door van dat laatste nu af te stappen, heeft dat onder meer tot gevolg dat mensen dichter op elkaar zullen moeten gaan zitten en dat de appartementisering haar opmars verder zal zetten. Meer demografische groei betekent ook meer mobiliteit en dus meer mobiliteitsproblemen. En dat zijn evoluties die de levenskwaliteit niet ten goede komen.

Wat verder het aspect mobiliteit betreft, zijn wij tevreden dat er infrastructureel meer wordt ingezet op de noden van de zwakke weggebruiker, dat er een verdere ontwikkeling komt van op elkaar afgestemde netwerken, dat de intentie wordt uitgesproken om het sluipverkeer verder aan te pakken; maar dat zijn eigenlijk zaken die voor de hand liggen. Daarentegen vinden wij de intentie om het gemotoriseerd verkeer aan banden te leggen of minstens toch te ontmoedigen geen goed idee. Gemotoriseerd verkeer zal voor veel mensen altijd belangrijk en nodig blijven. Het komt er voor ons dus niet zozeer op aan de ene vervoersmodus te bevoordelen ten nadele van een andere, maar wel om alle vervoersmodi op een voor iedereen veilige manier in goede banen leiden, letterlijk en figuurlijk. En dat missen we in deze conceptnota toch wel wat het gemotoriseerd verkeer betreft.

Ten slotte wil ik nog iets zeggen over de landbouw. Er is in deze conceptnota duidelijk de intentie om daar rekening mee te houden. De vraag is of datgene wat hier wordt voorgesteld ook gedragen wordt door onze land- en tuinbouwers, waar zoals we weten veel ongenoegen bestaat over de vele onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden. Voor zover dat nog niet gebeurd zou zijn, lijkt het ons aangewezen dat allemaal in nauw overleg met hun organisaties, maar ook met de mensen op het terrein zelf te bespreken en waar nodig eventueel bij te sturen.

Dan nog een laatste opmerking. Concepten uittekenen is goed; ze daarna nog navolgen is een andere zaak. Laat ons zeggen dat daar soms twijfels over kunnen rijzen als we bepaalde beleidsdaden van dit bestuur in ogenschouw nemen, maar dat zal de toekomst verder moeten uitwijzen."

ONTVANG ONZE NIEUWSBRIEF