De opvolgingsrapportering over het meerjarenplan toont volgens Vlaams Belang dat verschillende grote dossiers traag op gang komen. Van de 18,12 miljoen euro aan gemeentelijke investeringsuitgaven was op 4 augustus slechts 6,11 miljoen euro gerealiseerd, of 33,7 procent. Bij het OCMW bedroeg de realisatie amper 5 procent.
Vlaams Belang erkent dat het meerjarenplan zes jaar bestrijkt en dat niet ieder project in het eerste semester voltooid kan zijn. Er kwamen ook concrete realisaties, maar toch vermeldt het rapport opvallend vaak dat dossiers nog worden voorbereid, onderzocht of herbekeken. “Voorbereiding is geen eindresultaat. Inwoners hebben recht op duidelijke deadlines, actuele eindkosten en meetbare prestaties”, aldus Vlaams Belang-fractievoorzitter Jorden Dewachter.
Ook de financiële dekking roept vragen op. Van 10,18 miljoen euro aan geplande financieringsontvangsten kwam slechts 20.000 euro binnen. Van de 3,47 miljoen euro aan geraamde ontvangsten uit patrimoniumbeheer werd nog geen 10 procent gerealiseerd. “Het bestuur plant een bijzonder ambitieus investeringsprogramma, maar blijft vaag over vertraagde verkopen, nieuwe leningen en investeringen die naar 2027 verschuiven. Zo kan de gemeenteraad de financiële risico’s niet ernstig beoordelen”, aldus Dewachter.
Volgens Vlaams Belang liggen ook de beleidsprioriteiten verkeerd. Publieke veiligheid heet formeel “geen prioritair beleid”, terwijl betaalbaar wonen nog geen euro aan investeringsrealisatie toont. Voor mobiliteitsinfrastructuur bedraagt de realisatiegraad 16,4 procent en voor de infrastructuur van het Zorgbedrijf minder dan 1 procent. “Veiligheid, degelijke wegen, betaalbaar wonen en toegankelijke zorg moeten voorrang krijgen op prestigeprojecten, dure evenementen en politieke profilering”, aldus Dewachter.
Vlaams Belang vraagt voortaan per groot project een overzicht van het budget, de vastleggingen, de betalingen, de actuele eindraming, de vertraging en de nieuwe einddatum. “Een opvolgingsrapport mag geen glossy opsomming van processen worden. De raad moet kunnen zien wat werkelijk klaar is, wat vertraging oploopt en welke rekening uiteindelijk bij de belastingbetaler terechtkomt”, besluit Dewachter.